Bami

Bami is net als nasi een geïmporteerde klassieker en bijna niet meer weg te denken uit de Nederlandse keuken. Misschien ken je deze Indonesische noedels vooral als afhaalgerecht, maar wist je dat je bami ook zelf kunt maken?

Waar komt bami vandaan?

Het woord ‘bami’, of ‘bakmi’, is van oorsprong Chinees en verwijst naar de basisingrediënten van het gerecht: vlees (ba) en tarwenoedels (mi). Via China belandde het gerecht in Indonesië, waar variaties ontstonden. Toen na 1945 veel Indische mensen naar Nederland kwamen, namen zij hun bami mee. De bekendste versie van bami is bami goreng: gebakken bami. De basis bestaat uit mie, in de wok gebakken met specerijen en eventueel smaakmakers. Deze basis kan worden uitgebreid met eiwitten zoals kip, varkensvlees en garnalen en groenten zoals paksoi, taugé en kool.

Hoe maak je bami?

Bami goreng maak je door eerst mie te koken volgens de aanwijzingen op de verpakking. Spoel af met koud water en laat uitlekken. Verhit daarna wat arachideolie in een wok en bak vlees of vis en/of groenten kort aan. Bak specerijen en eventueel smaakmakers mee. Je kunt kiezen voor een kant-en-klare nasi/bami-mix, maar je kunt ook zelf een specerijenmengsel maken, van ongeveer gelijke delen knoflook-, koriander-, gember-, kurkuma-, kerrie-, en komijnpoeder, gemengd met een beetje chilipoeder, zout en peper. Schep de mie erdoor.

Bami: hoe bewaren, invriezen en opwarmen?

Bami kun je, eenmaal afgekoeld, ongeveer 2 dagen in de koelkast bewaren in een goed afgesloten bakje. In de vriezer is bami maximaal 3 maanden houdbaar. Haal om de bami te ontdooien het bakje een dag voor gebruik uit de vriezer en leg in de koelkast. Opwarmen gaat het beste door de bami in een koekenpan op laag vuur al omscheppend te bakken.