Piz­za­deeg ma­ken

Instructievideo - 02:19 min.

Pizzadeeg maak je met witte tarwebloem, griesmeel, water, suiker, zout, gist en een beetje olijfolie.

Deegmengsel maken
Doe een half zakje gist (à 7 g) en 1 tl suiker in een kom en roer er 125 ml lauwwarm water door. Laat het mengsel 5 minuten op een warme, tochtvrije plaats rusten. Zeef 200 g bloem met 50 g griesmeel en 1 tl zout boven een ruime kom. Maak een kuiltje in de bloem en schenk er het gistmengsel en 1 el olijfolie over.

Deeg kneden
Kneed minimaal 8 minuten. Zet de kookwekker, zodat je zeker weet dat je lang genoeg kneedt. Werk bij het kneden van het deeg van buiten naar binnen. Neem eerst kleine beetjes bloem en vervolgens steeds meer bloem mee. Je kunt ook een keukenmachine met deeghaken gebruiken. Door te kneden ontstaat er glutenvorming in het pizzadeeg. Dat zorgt weer voor een luchtige en elastische bodem. Kneed stevig: slaan, gooien, duwen en trekken mag allemaal. Het pizzadeeg moet fluweelzacht, niet plakkerig en soepel aanvoelen.

Rijzen
Bestrijk de binnenkant van een beslagkom met wat olijfolie. Doe het deeg erin en bestrooi met een beetje bloem. Dek de kom af met een vochtige, schone theedoek. Laat het deeg anderhalf uur op een warme, tochtvrije plek rijzen of tot het is verdubbeld in volume. Neem het pizzadeeg uit de kom en leg het op een met bloem bestrooid werkblad. Sla de lucht eruit door met je vuisten erop te stompen en kneed nog 1 minuut.

Uitrollen
Verdeel het deeg, afhankelijk van het recept in stukken, bestrooi het werkblad met bloem en rol het pizzadeeg met de deegroller zo dun mogelijk uit. Hoe dunner, hoe krokanter je pizza. Je kunt er ronde pizza’s, mini-pizza’s of een plaatpizza van maken.
Maak de pizza af met tomatensaus en beleg hem met ingrediënten naar keuze voordat je hem bakt in de hete oven. Eet smakelijk!

Lees meer

Je hebt een sterk verouderde versie van Internet Explorer, daarom kun je het Allerhande gedeelte van deze site niet zien.