Focaccia

Zelf focaccia bakken is makkelijker dan je denkt. Van maar een paar ingrediënten maak je heerlijk luchtig brood.

Focaccia recepten

Focaccia met olijven maken
Focaccia met olijven maken

Focaccia met olijven maken

Ingrediënten

voor 4 personen
  • 250 g patent tarwebloem
  • 5 g zout
  • 7 g gedroogde gist
  • 4 el traditionele olijfolie
  • 180 ml kraanwater
  • 50 g Kalamata-olijven zonder pit
  • ½ tl grof zeezout
  • ½ el gedroogde Italiaanse kruiden
Zet producten op mijn lijst
  1. Meng de bloem, het zout, de gist, 2 el olie en 180 ml handwarm water in een ruime kom.
  2. Besprenkel het werkblad met 1/2 el olie en kneed het deeg hierop in 8 min. tot een licht kleverig en elastisch deeg. Besprenkel je werkblad tussendoor met wat olie als het deeg blijft kleven. Het deeg hoort een beetje nat en plakkerig te zijn.
  3. Vet de ruime kom in en leg het deeg erin. Laat afgedekt met een schone theedoek 1 uur rijzen op een warme, tochtvrije plek, tot het in volume is verdubbeld.
  4. Verwarm ondertussen de oven voor op 220 °C. Snijd de olijven in ringetjes.
  5. Bekleed een bakplaat met bakpapier en besprenkel met 1/2 el olie. Neem het deeg uit de kom en leg op de bakplaat. Rek voorzichtig uit tot een lap van 15 x 30 cm en 1½ cm dik.
  6. Prik met je vinger gaatjes in het deeg (bijna tot de bodem). Besprenkel het deeg met de rest van de olie, het zeezout, de Italiaanse kruiden en olijven. Bak de focaccia in het midden van de oven in ca. 25 min. goudbruin en gaar. Serveer direct.

Wat is een focaccia?

Focaccia is een Italiaans platbrood. Het deeg voor focaccia lijkt op dat voor pizza. Oorspronkelijk komt focaccia uit de regio Ligurië, maar het wordt in heel Italië gegeten. De meest klassieke versie heeft alleen rozemarijn en grof zeezout als topping, maar er zijn talloze variaties. Zo kun je focaccia maken met bijvoorbeeld olijven, druiven of tomaatjes.

Waar eet je focaccia bij?

Focaccia is lekker bij een borrel, maar vanwege z’n absorberende vermogen ook juist bij de maaltijd. Want zo verspil je geen druppel saus van bijvoorbeeld je pasta of stoofgerecht. Ideaal! Focaccia kun je ook heel goed eten als lunch. Beleg bijvoorbeeld met geitenkaas en gegrilde paprika of met Parmaham en mozzarella.

Focaccia: hoe bewaren, invriezen en opwarmen?

Focaccia is vers het allerlekkerst. Wil je het toch bewaren, doe het dan in een goed afgesloten bak en bewaar het maximaal 3 dagen op kamertemperatuur. Je kunt het de dagen nadat je het gebakken hebt nog even knapperig maken in de oven door het te besprenkelen met water en het ca. 8 minuten in een voorverwarmde oven op 180 °C op te warmen. In een goed afgesloten bak of zak is focaccia in de vriezer 3 maanden houdbaar. Haal het brood de avond voor gebruik uit de vriezer en warm het eventueel nog even op zoals hierboven beschreven.

Wat is lekker op foccacia?

Je kunt focaccia beleggen met van alles. Het is afhankelijk van wat er is toegevoegd aan het brood zelf, maar over het algemeen is hartig beleg het best passend. Denk aan mozzarella, tomaat en basilicum, Parmaham, rucola en olijfolie of gegrilde groenten en hummus. Avocado, pesto en kropsla is ook een goede combinatie. Verder is focaccia perfect om het allerlaatste beetje pastasaus mee van je bord te krijgen. Serveer het dus net als in Italië eens bij een bordje pasta!

Brooddeeg maken

Wat is er lekkerder dan de geur van zelfgebakken brood? In deze instructievideo laten we je zien hoe je zelf brooddeeg kunt maken. Hoe maak je brooddeeg?Brooddeeg maak je van bloem, gist en water en zout. We gebruiken gedroogde gist. Doe de gist in een kom, voeg wat lauwwarm water toe. De temperatuur van het water is cruciaal voor een goed eindresultaat. Als het water te warm is, dan doodt het de gistcellen. Is het te koud dan remt het het rijsproces af. Het water moet lichaamstemperatuur zijn, zo’n 38 graden. Je kunt een keukenthermometer gebruiken of je steekt je pink in het water en dan voelt het precies lekker. Roer door en laat 5 minuten staan. Je kunt ook wat suiker, honing of een andere zoetstof toevoegen om de gist een extra boost te geven. Soepel deegMeng de bloem met het zout. Maak een kuiltje in het midden en schenk daar de rest van het lauwwarme water, het gistmengsel en eventueel andere vloeibare ingrediënten zoals melk en eieren in. Kneed vanuit het midden naar buiten tot een soepel deeg en tot al het vocht is opgenomen. Als het deeg te droog is, voeg je wat meer lauwwarm water toe en meer bloem als het deeg nog te plakkerig is. KnedenKneed het deeg verder op een licht met bloem bestoven werkblad. Probeer niet te veel bloem te gebruiken, want dan wordt het brood taai. Je kunt het nu met de hand kneden, dat duurt zo’n 8 minuten. Duw het van je af, vouw het dubbel en duw het weer weg. Ga je voor gemak, gebruik dan een keukenmachine met een deeghaak. Kneed maximaal 4 minuten op de laagste stand. Pas op dat je deeg met een keukenmachine niet overkneed, want dan rijst het niet goed en wordt het brood minder luchtig. Rusten en rijzenVorm een bal van het deeg en leg die in een heel licht met olie ingevette kom. Dek af met een vochtige, schone theedoek of vershoudfolie en zet op een warme, tochtvrije plek. Laat het deeg rijzen tot het in volume is verdubbeld. De tijdsduur is afhankelijk van de temperatuur. Bij kamertemperatuur duurt het ongeveer 2 uur. In de koelkast kun je het een nacht laten rijzen. UitrollenSla de lucht uit het gerezen deeg. Kneed het nog even kort door en rol het deeg uit tot een lap. Als je wilt kun je nu een vulling van bijvoorbeeld noten, zaden, pitten of krenten en rozijnen toevoegen. Die kun je ook eerder toe voegen, maar het kneed minder makkelijk en ze hoeven niet mee te rijzen. Strooi de vulling erover, vouw de lap dicht en kneed het erdoor. Brood(jes) makenMaak het deeg nu in de gewenste vorm. Rol het gelijkmatig uit en vouw de zijkanten naar binnen en rol het weer op. Maak je meerdere broden of broodjes, verdeel het deeg in gelijke porties en weeg ze af. Zorg dat ze ongeveer een gelijk gewicht hebben, dan zijn ze allemaal tegelijk gaar zijn. Probeer een mooie ronde bolling in het brood of de broodjes te krijgen door ze met beide handen aan de onderkant te draaien en op te tillen. Dit zorgt ook voor een goede tweede rijs. Leg het deeg met de naad naar beneden op de bakplaat of in de bakvorm. Dek het brood af met licht ingevet vershoudfolie, anders blijft het aan het deeg plakken. Laat het deeg nogmaals op een warme, tochtvrije plek rijzen, zo’n 1 tot 2 uur. Het deeg is nu klaar om de oven in te gaan. Snijd of knip het brood in, bestrijk het met melk of losgeklopt ei. Je kunt er nu eventueel zaden of vlokken overheen strooien, maar dat hoeft niet. Zo maak je brooddeeg.
04:10