Bereiden
1. Aardbeien wassen, de kroontjes eraf
en grote aardbeien doormidden snijden. Laat de perzikstukjes goed uitlekken.
Verhit in een koekenpan 1 eetlepel vloeibare margarine. Daarin bak je het
amandelschaafsel samen met de suiker tot het lichtbruin is. Je voegt het fruit
toe en bakt het zachtjes 3 minuten mee. Af en toe voorzichtig omscheppen. 2.
Zeef de bloem samen met de poedersuiker en 'n mespuntje zout boven een kom.
Giet daarna, terwijl je roert, de melk er heel langzaam bij. Heb je een mooi,
glad beslag? Klop dan met een vork de eieren en 1 eetlepel vloeibare boter
erdoor. 3. Je gaat flensjes bakken... Verhit een paar druppels vloeibare boter
in een kleine koekenpan. Schep 2 eetlepels beslag in de koekenpan en verdeel
het beslag over de bodem. Bak het flensje ongeveer 30 seconden aan de ene, en
30 seconden aan de andere kant. Schuif het op een bord dat je eerst in de oven
hebt voorverwarmd. En bak nog 7 flensjes. Leg ook deze op het voorverwarmde
bord, zodat je een stapeltje van 8 flensjes hebt. 4. Maak het fruit weer even
warm. Schep op de flensjes een bolletje ijs en vouw ze op. Leg twee flensjes op
elk bord. Fruit rondom... en smullen!