Groente, fruit en bestrijdingsmiddelen
Wat zijn bestrijdingsmiddelen?
Bestrijdingsmiddelen zijn stoffen die worden gebruikt om gewassen te beschermen tegen onder andere schimmels, onkruid en insecten. Sommige middelen zijn door mensen gemaakt op chemisch-synthetische wijze, andere middelen komen voor in de natuur. Er gelden strenge regels voor de ontwikkeling, toelating en het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Het doel is om zo weinig mogelijk middelen te gebruiken en toch de kwaliteit van ons voedsel te handhaven. Wereldwijd worden er circa 1.500 verschillende bestrijdingsmiddelen gebruikt. In Europa is het aantal toegelaten middelen de afgelopen jaren sterk gedaald tot ongeveer 600 middelen. In toenemende mate worden in de landbouw biologische bestrijders ingezet, zoals roofmijten, lieveheersbeestjes en sluipwespen.
Waarom zijn bestrijdingsmiddelen nodig?
Bestrijdingsmiddelen worden gebruikt om ervoor te zorgen dat we het gehele jaar door voldoende volume van goede kwaliteit hebben. Zouden we dat niet doen dan gaat 30 tot 40 % van de oogst van onze aardappelen, groenten en fruit verloren. Ook zijn bestrijdingsmiddelen belangrijk ter bevordering van de voedselhygiëne. Ze worden bijvoorbeeld ingezet om aantasting door ratten, muizen, vliegen en andere insecten te voorkomen. Daarnaast maken ze het ons mogelijk een grote variatie van aardappelen, groenten en fruit aan te bieden.
Hoe werkt bestrijden bij biologische producten?
In de biologische teelt wordt uitsluitend gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen van biologische oorsprong, zoals bijvoorbeeld zwavel en zeep. Daarnaast worden ook bestrijders zoals roofmijten en sluipwespen gebruikt die heel effectief zijn tegen schadelijke insecten en die ook volop in de gewone teelt worden gebruikt
Wat zijn de risico's van bestrijdingsmiddelen?
Bestrijdingsmiddelen zijn uitgebreid getest op de mogelijke risico's voor mens en milieu. Vooral bij het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de open lucht kan een middel onbedoeld nadelige gevolgen hebben voor het milieu. En bij de kasteelt kan het effect hebben op de medewerkers. Daarom wordt van elk bestrijdingsmiddel gemeten wat de effecten zijn op mens en milieu. Om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten van bestrijdingsmiddelen zo klein mogelijk zijn, heeft de overheid strenge regels opgesteld.
Wat zegt de wet over het gebruik van bestrijdingsmiddelen?
De regels voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen zijn vastgelegd in de Bestrijdingsmiddelenwet. Er staat in welke middelen voor welke gewassen zijn toegestaan en in welke hoeveelheden. Het uitgangspunt is dat de middelen alleen worden gebruikt als er geen andere manier is om de planten voldoende te beschermen tegen ziekten en plagen. De middelen worden alleen goedgekeurd als vaststaat dat ze werken zonder schade te berokkenen aan mens, dier of milieu. Het college voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (CTGB) beoordeelt vervolgens of een bestrijdingsmiddel wordt toegelaten. Ook zijn er regels hoe het middel mag worden gebruikt zodat er weinig of niets meer achterblijft op een product. Bijvoorbeeld hoeveel dagen na gebruik van het middel gewacht moet worden met het oogsten van producten. Een teler mag pas bestrijdingsmiddelen gebruiken als hij een verplichte training heeft gevolgd en een spuitlicentie heeft behaald. De controle van de geproduceerde aardappelen, groenten en fruit is in handen van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA, voorheen Keuringsdienst van Waren). Mocht er in een ander Europees land bij een controle teveel bestrijdingsmiddelen worden aangetroffen dan krijgt de VWA in Nederland direct een signaal. De producten kunnen dan bij de grens worden gecontroleerd. In Europa hebben niet alle landen dezelfde regelgeving op het gebied van bestrijdingsmiddelen. En dat zorgt soms voor verwarring en complexiteit. In sommige landen kunnen bij de teelt bestrijdingsmiddelen worden gebruikt die in andere landen verboden zijn. Dat is lastig want we kopen in op een internationale markt en hanteren hierbij het principe 'zo dichtbij als mogelijk, zo ver weg als noodzakelijk'. Een goed voorbeeld zijn onze sperziebonen. Deze komen in het zomerseizoen meestal uit Nederland, terwijl we in het winterseizoen uitwijken naar Egypte, Senegal of Marokko. Andere landen waar weer andere regels gelden. Natuurlijk is het zaak dat de overheid zoveel mogelijk streeft naar harmonisatie in diverse landen. Tot die tijd willen wij in ieder geval zeker weten dat de producten die onze leveranciers leveren, voldoen aan de Nederlandse wet. We maken daarover goede afspraken.
Wat zijn residuen?
In een aantal gevallen kunnen er zeer kleine hoeveelheden bestrijdingsmiddel achterblijven op de geoogste producten. We noemen deze residuen. In de wet is exact vastgelegd hoeveel residuen maximaal op een product aanwezig mogen zijn. Deze hoeveelheid wordt uitgedrukt in mg/kg vers product. Deze wetenschappelijk vastgestelde waarde staat genoemd in de wet als MRL (Maximum Residue Limit). De verse groenten en fruit die naar onze winkels gaan, worden door ons zorgvuldig gecontroleerd op aanwezigheid van residuen. Niet alleen wij controleren dit. Dit gebeurt ook door onze telers en leveranciers. De Voedsel en Waren Autoriteit controleert vanuit de overheid groenten en fruit op de MRL.
Wat is een MRL?
De hoeveelheid bestrijdingsmiddel die mag achterblijven op een product wordt de Maximale Residu Limiet genoemd. Er wordt wel aangenomen dat MRL's veiligheidsgrenzen zijn. Dat klopt niet. De MRL's geven aan hoeveel bestrijdingsmiddelen we maximaal kunnen verwachten in een gewas. Als er meer resten van bestrijdingsmiddelen worden gevonden dan wettelijk is toegestaan, dan geeft dit aan dat het bestrijdingsmiddel niet goed is gebruikt. En dat is iets anders dan dat het product niet veilig zou zijn. De MRL's worden gemeten op het totale product, inclusief de schil en de delen die we niet opeten.
Hoe weet ik of een product veilig is?
De controles op residuen (resten van bestrijdingsmiddelen) in onze producten zijn zeer uitgebreid. Als we een overschrijding van de residunorm vinden, worden partijen direct geblokkeerd en mogen niet aan de winkels worden uitgeleverd. Er volgt een onderzoek bij onze leverancier. Als je een product eet met geringe residu-overschrijdingen dan zijn de risico's voor je gezondheid minimaal. Als je géén groenten en fruit zou eten, is het gezondheidsrisico veel groter. Ga voor meer informatie over gezonde voeding en voedselveiligheid naar www.voedingscentrum.nl.
Welke inspanningen levert Albert Heijn?
Albert Heijn werkt al jaren met haar leveranciers aan gecontroleerde teeltprogramma's en scherpt deze voortdurend aan. Dat is noodzakelijk omdat naast kwaliteits- en milieuaspecten ook voedselveiligheid en gezondheid steeds belangrijkere issues zijn geworden voor de consument. Onze klanten verwachten van Albert Heijn producten van onberispelijke kwaliteit die met aandacht voor milieu, mens en dier zijn geproduceerd. We bevorderen de duurzame productie van aardappelen, groenten en fruit en champignons. We werken met een beperkt aantal leveranciers en selecteren onze telers vooraf. Onze leveranciers zorgen voor een intensieve begeleiding van de telers als het gaat om perceelkeuze, raskeuze, middelenkeuze, kwaliteit en controle van de producten. Wij stimuleren actief de ontwikkeling van teeltsystemen met een beperkte inzet van bestrijdingsmiddelen en milieu- en mensvriendelijke technieken.
Richtlijnen voor telers
Sinds 1 januari 2003 vragen wij onze telers te produceren volgens de eisen van de GlobalGap-organisatie of een systeem dat gelijkwaardig is aan deze eisen. Hierin staan de basisvoorwaarden om de teelt op een verantwoorde en voedselveilige manier te laten plaatsvinden.
Systeem onafhankelijke controle
Albert Heijn heeft in 2007 een systeem geïntroduceerd waarbij residugehalten door een onafhankelijke partij bij de leverancier worden gecontroleerd. Doel is dat de teler/leverancier zijn verantwoordelijkheid neemt. Dit geeft een goed inzicht in teeltbeheersing en vervolgstappen in de keten. Op deze wijze heeft Albert Heijn de maximale zekerheid over residugehalten.
Handleiding Kwaliteit
De voorwaarden voor beheersing van de productkwaliteit staan beschreven in een kwaliteitshandleiding. We verwijzen in deze handleiding naar de Nederlandse wetgeving over residuen. Tevens staat hierin vermeld hoe het systeem onafhankelijke controle werkt.
Teeltprogramma's
De leveranciers van Albert Heijn werken volgens teeltprogramma's. Dit houdt in dat afspraken zijn gemaakt over onder andere rassenkeuze, teeltplan, hoeveelheden, kwaliteitsaspecten, middelengebruik en leveringsschema. Alle leveranciers zijn zich bewust van het grote belang om aan de Nederlandse residu-normen te voldoen. Ze hebben programma's en systemen ontwikkeld om problemen te voorkomen. Op verzoek van Albert Heijn worden deze programma's in kritische gevallen gecheckt door een onafhankelijke partij in het land van productie. In geval van twijfel wordt in Nederland ook gemonsterd. Ongeschikte partijen worden geblokkeerd en worden niet door ons verkocht.
Resultaten en activiteiten met betrekking tot teeltprogramma's
Optimalisatie van teeltprogramma's hebben geresulteerd in een zekere verschuiving van teeltgebieden en aanpassing van teeltperiodes. Zodoende worden producten onder optimale omstandigheden geteeld en komen minder problemen met residu voor. Een voorbeeld is verschuiving van de teelt van paprika naar een ander gebied in Spanje en naar Marokko. Genoemde gebieden hebben een droger klimaat en de temperaturen in de winter zijn hoger, waardoor minder problemen met schimmels en insecten ontstaan. Daarnaast heeft Albert Heijn in samenwerking met wetenschap, industrie en teeltdeskundigen projecten opgezet om geïntegreerde teelt te bevorderen en alternatieven te zoeken voor chemisch synthetische bestrijdingsmiddelen. Leveranciers worden actief ondersteund om producten te leveren die aan de minimum eisen voldoen.
Onderzoek naar bestrijdingsmiddelen
Bij alle boeren en tuinders die leveren aan Albert Heijn worden per jaar circa 16.000 monsters genomen. Alle kritische partijen worden onderzocht. Dit betekent dat we inzoomen op probleemgevallen. Elk monster wordt geanalyseerd op ruim 580 verschillende bestrijdingsmiddelen. Veel meetniveaus zijn verlaagd tot een niveau van 0,01 mg/kg. Dit is de norm voor babyvoeding! We richten ons bij onderzoek naar residuen vooral op gewassen die gevoelig zijn voor ziekten en plagen, waarin vaak gewasbeschermingsmiddelen worden ingezet. Ook zijn er producten waarvoor nauwelijks middelen zijn toegelaten, zoals sla en kruiden. In de teelten van deze producten geven we maximaal aandacht aan preventie van ziekten en plagen en passen biologische bestrijding toe. Het controleprogramma wordt uitgevoerd in samenwerking met goedgekeurde laboratoria. Daarnaast onderhoudt Albert Heijn nauwe contacten met diverse ministeries, de Europese Voedsel en Waren Autoriteit (EFSA, European Food Safety Authority), fabrikanten van bestrijdingsmiddelen, veredelingsbedrijven en belangenbehartigers om de voortdurend veranderende wet- en regelgeving te implementeren in het controleprogramma. Verder is Albert Heijn mede verantwoordelijk voor het opstellen van de juiste teeltvoorwaarden zolas beschreven in Globalgap.
Maatregelen
Wanneer overschrijdingen worden aangetroffen boven de wettelijke norm dan nemen wij direct maatregelen. De partijen groenten of fruit die zich ergens in de keten bevinden, worden onmiddellijk geblokkeerd. Pas bij een goede controle-uitslag worden de winkels beleverd. Bestaat er maar het geringste risico voor de volksgezondheid dan worden alle producten uit de winkel gehaald. Natuurlijk worden direct corrigerende maatregelen naar de teelt doorgevoerd. In alle gevallen melden wij onze bevindingen aan onze leveranciers. Wij hebben met hen de afspraak dat zij meteen achterhalen wat de oorzaak van een residu-overschrijding is en dat zij onmiddellijk maatregelen nemen om herhaling te voorkomen. Dit is mogelijk omdat de traceerbaarheid in onze keten bijzonder goed geregeld is.
Resultaten aanpak Albert Heijn
Omdat we al meer dan 20 jaar actief zijn met het programma van gecontroleerde teelt, hebben we gezamenlijk met leveranciers veel vooruitgang geboekt wat betreft teeltsystemen, inzet van bestrijdingsmiddelen en residuen op geoogste producten. Bewustwording van telers, een goede risico-inschatting van het residu-gehalte, strenge selectie van telers en percelen en een strakke hygiene zijn resultaten van deze aanpak.
Met een aantal voorbeelden willen we illustreren hoe teelsystemen zijn aangepast om problemen met residu te voorkomen.
| Product | Herkomst | Aanpassingen teeltsystemen |
| Paprika | Nederland, Spanje, Egypte, Marokko, Israel | Inzet biologische bestrijding van insecten |
| Hygiene in kassen | ||
| Gebruik van schoon plantmateriaal | ||
| Sterk aangepast middelengebruik. O.a. oxamyl is niet meer toegestaan. | ||
| Sla | Nederland, Spanje, Marokko | Uitgebreid onderzoek naar afbraak van bestrijdingsmiddelen |
| Inzet resistente rassen tegen luis en meeldauw | ||
| Zuinig met bemesting en beregening, natuurlijke teelt | ||
| Beperkte inzet van bestrijdingsmiddelenverfijning onderzoek naar afbraak bestrijdingsmiddelen | ||
| Tomaat | Nederland, Spanje, Morokko | Betere voorzieningen in kassen, o.a. verwarming |
| Nieuwe, resistente rassen | ||
| Reductie van het aantal middelen | ||
| Inzet van biologische bestrijding | ||
| Citrus | Spanje, Uruquay, Zuid-Afrika, Marokko, Egypte | Zuinig met water en voeding |
| Keuze optimale teeltgebieden | ||
| Beperking inzet bestrijdingsmiddelen | ||
| Inzet biologische bestrijding | ||
| Appel en peer | Nederland, Belgie, Italie, Frankrijk, Uruquay, Chili, Brazilie, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland | Selectie van telers en gebieden |
| Selectie middelen, zware middelen worden niet gebruikt | ||
| Biologische bestrijding in boomgaarden | ||
| Introductie resistente rassen (Santana) | ||
| Hygiene | ||
| Druiven (wit, roos en blauw) | Spanje, Zuid-Afrika, Griekenland, Chili, Brazilie, India | Strikte selectie telers en gebieden |
| Beperkte middelenlijst | ||
| Testen met biologische bestrijding (O.a. feromoonvallen en verwarringstechnieken) | ||
| Hygiene | ||
| Framboos | Nederland, Spanje, Marokko | Strikte selectie telers en gebieden |
| Teelt onder plastic bedekking | ||
| Gebruik gezond uitgangsmateriaal | ||
| Teelt in potten, uit de grond zodat bodemziektes niet voorkomen. Grondontsmetting is daardoor niet meer nodig. | ||
| Biologische bestrijding van meeldauw | ||
| Resistente rassen |
In 2007 heeft Albert Heijn zelf ca. 1.700 extra monsters genomen, uitsluitend van risico-partijen. Vooral de productgroepen kruiden, bladgewassen, zachtfruit en steenfruit, vruchtgewassen, peulvruchten en tropische producten worden nauwlettend gevolgd en onderzocht. Systeeminformatie wijst uit dat bij de productgroepen mandarijn, sinaasappel en paprika in het jaar 2007 in het geheel geen normoverschrijdingen zijn voorgekomen. Overige producten waar overschrijdingen zijn gemeten, zijn geblokkeerd en niet in de winkels van Albert Heijn verkocht. Af en toe kan het dus voorkomen dat we een bepaald product niet hebben. We doen het liever zo dan een product verkopen dat niet aan onze eisen voldoet.
100% residuvrij, is dat mogelijk?
Milieuorganisaties willen graag dat wij alleen groenten en fruit in onze winkels aanbieden die 100 % vrij zijn van resten van bestrijdingsmiddelen. Op dit moment treffen we bij controles op 40 % tot 50% van de groenten en fruit helemaal geen residuen meer aan. Albert Heijn blijft actief de ontwikkeling stimuleren van teeltsystemen met een beperkte inzet van bestrijdingsmiddelen, bij de huidige leveranciers. Tevens is Albert Heijn op zoek naar de beste gebieden om te produceren, zodat kwaliteit optimaal is, en zo weinig mogelijk hulpstoffen als gewasbeschermingsmiddelen, energie en water, worden gebruikt.